Mijn winkelwagen

Gebruikstips LED-verlichting

12V of 230V: kijk altijd goed naar de werkspanning van elke spot. Sluit nooit een 12V-lamp aan op een 230V circuit.

Aansluiting voeding: op elke voeding staat duidelijk de ‘in’ en ‘uit’ aangegeven, verwissel deze niet.

Dampkap: plaats geen LED-verlichting in een dampkap want de extra warmte is nefast voor een lange levensduur.

Stroomgestuurde voeding: als u meerdere LED’s wilt installeren op een stroomgestuurde voeding (mA) moeten deze in serie staan en niet in parallel. Alle LEDsky-voedingen zijn spanningsgestuurd (W).

TL en spaarlampen: LED mag u niet installeren in eenzelfde elektriciteitsgroep met TL-verlichting of spaarlampen. LED gaat stuk door de hoge opstartpieken die deze laatsten veroorzaken.

Verluchting en Warmte: gebruik nooit een LED met ingebouwde driver (1 behuizing) op een plaats waar er geen verluchting is (vb. een GU10-spot in een betonnen plafond). Wanneer de LED en driver apart zijn (MR16, downlights), zullen de spots niet oververhit worden. Zet LED-spots niet aan wanneer de invallende zon achter het glas extra warmte geeft. Voorbeeld: zet LED-spots niet aan in een etalage met rechtstreeks invallend zonlicht. Des te warmer de spots worden, des te korter de levensduur.

Waterdicht: zorg dat het de afsluitring van tuinspots goed op zijn plaats steekt nadat de LED-spot er is ingestoken. Voor elk product kijkt u naar de vermelde IP-code die u vertelt hoe waterdicht het is.